3. Theoretische kaders                                       > inhoudsopgave 

De muziektherapie in Nederland kent verschillende invloeden vanuit bestaande psychotherapeutische scholen. Met name de invloed van de psychoanalyse, de ego-psychologie en de humanistische psychologie is groot, al wordt de theoretische achtergrond niet altijd expliciet aangegeven.  

Psychoanalytisch is het verbinden van bepaalde muzikale gedragingen aan de oceanische, orale, anale, fallische en genitale fase zoals dit in de appellijst van de Creatief Procestheorie gebeurt (Grabau & Visser, 1987). Het psychoanalytische begrippenkader waarmee binnen deze theorie, maar ook daarbuiten, wordt gewerkt omvat concepten als: de "verdringing" van behoeften, de symbolische "projectie" van behoeften en ervaringen in muzikaal materiaal, de muziektherapeutische relatie als een vorm van "overdracht" en de "regressie" naar een vroegere ontwikkelingsfase. Aan Margaret Mahler werden de concepten "symbiose" en "individuatie" ontleend (Kappers, 1990; Vink-Brouwer, 1991). Van Praag (1988) gaf een theoretische onderbouwing van "tegenoverdracht" in de muziektherapie.  

Een belangrijke invloed op de nederlandse muziektherapie heb-ben verschillende "spel"- opvattingen gehad, onder andere het spelconcept van Winnicott.  

Het creativiteitsbegrip kreeg vorm door het werk van Kris en Ehrenzweig. Van Kris vond met name het idee van de "esthetische illusie" ingang. Met behulp van Ehrenzweigs opvattingen, die in het verlengde liggen van het werk van Melanie Klein, kon een verbinding worden gelegd tussen het psychoanalytische denken in bewustzijnsniveaus en de gestaltpsychologie.  

Opvattingen over creativiteit werden tevens beïnvloed door de humanistische psychologie. Zo passen uitgangspunten als het door behoeftenbevrediging laten ontluiken van nieuwe behoeften, het stimuleren van de persoonseigen creativiteit en de veronderstelling dat het vermogen om creatief met situaties om te gaan een therapeutisch effect heeft op uiteenlopende stoornissen in een humanistisch/holistisch denkkader. Een omschrijving van de stoornis als het in vormen gevangen zitten en genezing als het zich bevrijden uit starre verhoudingen (Smitskamp, 1988), sluit aan bij gestalttherapeutische inzichten.  

Werkvormen die hun oorsprong vinden in gestalttherapeutische spelen en concepten als "hot seat", "figuur-achtergrond" en "integratie" werden reeds in de zeventiger en begin tachtiger jaren toegepast (Raijmaekers, 1984), maar de gestalttherapie kreeg vooral de laatste jaren een grotere invloed, doordat het werk van de duitstalige gestalttherapeutische muziektherapie in Nederland bekendheid verwierf. Enkele begrippen uit de gestalttheraiey die daarbij ingang vonden zijn "awareness" en "confluentie". Ook de invloed van de morfologische psychologie wordt de laatste jaren sterker.  

Op bepaalde afdelingen in de psychiatrie, met name de gesloten afdelingen met ernstiger problematiek, wordt gewerkt met ge-dragstherapeutische technieken die in de muziektherapie terug  

te vinden zijn (Haans, 1992). Aan de communicatietheorie ontleende concepten, zoals "analoge communicatie", "complementariteit" en "symmetrische escalatie" werden door Wijzenbeek en Van Nieuwenhuijzen (1984) in de muziektherapie geïntroduceerd. Muziektherapie kan verder ingebed zijn in een therapeutische benadering als het "Therapeutisch gemeenschapsmodel" of de "Cognitieve herstructurering" van Beck (Van Hest & Verburgt, 1992).  

De laatste jaren verschoof bij meerdere muziektherapeuten het accent van een op een enkele theorie gebaseerde werkwijze naar een eclectische benadering, afgestemd op de specifieke stoornis van de cliënt en de verandering hierin (b.v. Van den Hurk & Smeijsters, 1991). Daarnaast kwam het analoge-procesmodel tot ontwikkeling (Smeijsters, 1992a, 1992b. 1993b, 1995b).  

Het werken met verstandelijk gehandicapten geschiedt vaak tegen de achtergrond van het cognitieve ontwikkelingsmodel volgens Piaget.  

Maar ook de appelanalyse naar psychoanalytisch model (Stijlen, 1984) en humanistische denkwijzen hebben ingang gevonden. Het actualiseren van de aanwezige mogelijkheden, empathie en onvoorwaardelijke acceptatie - begrippen afkomstig uit de client-centered therapy - vindt men meer dan eens terug. Gestructureerde gedragstherapeutische benaderingen en technieken worden evenzeer gehanteerd (Vodegel, 1984).  



> home page "Spelenderwijs"                                                        > inhoudsopgave