Muziek in de tandartsstoel.

Een verslag over het gebruik van muziek als alternatief voor verdoving tijdens een behandeling bij de tandarts. Door Klaas Kloppenburg

Op een maandagmorgen zat ik in de wachtkamer van tandarts D., gewapend met mijn draagbare CD-speler. Ik kwam voor een vulling in een kies in mijn rechter bovenkaak. Vroeger, toen veel van de handelingen van de tandarts nog vergoed werden was de verdovingsspuit een haast ongevraagd gehanteerd instrument. Nu vraagt de tandarts van te voren wat je wilt: "mét of zonder?". Ik kondigde aan dat ik een experiment wilde proberen en liet mijn CD-speler zien. Ik legde uit dat ik niet voor niets muziektherapeut was en wilde proberen hoe het mij zonder verdoving maar mét muziek in de oren zou vergaan. D. keek eerst vreemd op, maar zag ook geen bezwaar. Hij vroeg of ik tijdens mijn opleiding ook over hypnose had geleerd. Ik legde uit dat de overeenkomst met dit experiment was dat je je sterk op iets anders concentreert dan op de vervelende sensatie. Ik sprak af dat hij, als er communicatie nodig was, het koptelefoontje uit mijn oor mocht halen.

Muziekkeuze: Voor deze gelegenheid had ik gekozen voor een CD met Ierse volksmuziek ("Celtic Spirit", uitg. Music Collection, 1996; 19,95 bij V&D), vanwege het vlotte, opgewekte karakter. Bovendien is het muziek waar veel in gebeurt, zodat je aandacht goed wordt vastgehouden.

Apparatuurkeuze: Een draagbare CD-speler met koptelefoontje. Dit was er één van het zogenaamde 'in oor' type. De speler kon tijdens de behandeling op mijn buik liggen, zodat ik gemakkelijk het volume van de muziek kon regelen of andere functies bedienen.

De praktijk: Vlak voordat het boren begon zette ik de muziek aan. Het geluid van de boor klonk door de muziek heen, zodat ik het volume opschroefde. Toch bleef ik de boor horen: één van de vervelende bijkomstigheden bij zo'n behandeling door de associaties die je ermee hebt. Op het moment dat de pijn sterker werd reageerde ik daarop door de muziek harder te zetten. Hierdoor had ik in ieder geval het gevoel er niet zo machteloos aan te zijn overgeleverd. Zoals het een goede tandarts betaamt bleef D., ook toen ik hem eigenlijk niet goed kon verstaan, laat staan iets terugzeggen, tegen mij praten. Dit werkte voor mij weer afleidend van de muziek. Toen het boren klaar was zette ik de muziek uit. Te vroeg eigenlijk, want in een volgend onderdeel van de behandeling werd met een luchtspuit het geboorde gaatje schoongemaakt. Dit gaf een scherpe pijn, waar ik eigenlijk niet op verdacht was. D. had blijkbaar niet door dat de muziek uit was, want hij zei op een gegeven moment:"Het boren is klaar, dus misschien kun je hem nu uitzetten?" wat mij het idee gaf dat hij er last van had. Dit heb ik niet nagevraagd, maar na lezing van dit verslagje wil hij er misschien wel op reageren.

De effekten: De pijn wordt, voor zover ik kon nagaan zonder controle, niet minder in de zin van de 'audioanalgesie' zoals beschreven door Smeijsters in "Neurologische en fysiologische aspecten van muziektherapie" (in hoofdstuk 6, blz. 20), maar de manier waarop je het beleeft en er mee omgaat wordt heel anders. Ik heb helaas geen vergelijking kunnen maken met dezelfde behandeling zonder verdoving én zonder muziek, maar kon nu toch al het volgende vaststellen:

1) Mét de volumeregeling heb je een middel in de hand om iets 'terug te doen' tegen de pijn, wanneer je die voelt.

2) Door je te concentreren op iets anders dan de pijn lijkt deze minder belangrijk, minder op de voorgrond te staan. Hetzelfde kan mijns inziens worden bereikt met behulp van hypnose of een concentratie-oefening (bijvoorbeeld de pijn 'uitademen', of je aandacht richten op je buik of je voeten).

3) Bijkomend voordeel van muziek is dat het leuk kan zijn om te horen: het onprettige van de situatie wordt als het ware met een prettig tegengif bestreden.

4) Een mogelijk negatief effect waar ik bang voor was, namelijk dat ik voortaan bij de beluisterde muziek negatieve associaties zou hebben, bleef uit, vooral omdat het geen negatieve ervaring was geworden.

5) De tandartsrekening valt lager uit.

Aanbevelingen voor vervolgonderzoek: Gebaseerd op deze enkele ervaring zou ik andere muziektherapeuten, onderzoekers en tandartsen willen uitnodigen om ook hiermee aan de slag te gaan, hetzij zoals ik met jezelf als proefkonijn, hetzij door een onderzoek onder tandartspatiënten. Deze methode zou op indicatie van de tandarts en bij eigen verzoek van de patiënt een mogelijk alternatief kunnen zijn voor de traditionele verdoving.

Het verdient hierbij aanbeveling om uitgaande van mijn ervaring tot nu toe in ieder geval te zorgen voor:

1) Een zogenaamde 'gesloten' koptelefoon, die voorkomt dat het geluid van de boor hinderlijk door de muziek heendringt.

2) Liefst een afstandsbediening voor het volume van de CD-speler. In plaats van een CD-speler zou ook een draagbare cassettespeler gebruikt kunnen worden.

3) Laat de patiënt zelf van te voren een selectie maken van favoriete nummers. Een behandeling duur meestal niet zo lang, dus is het jammer als er ongewenste nummers tussen zitten.

4) Patiënt en tandarts dienen van te voren een afspraak te maken over de communicatie. Vooral als de patiënt het prettig vindt om de ogen dicht te hebben tijdens de behandeling is het gewenst als ze afspreken dat de tandarts door een klopje op hand of schouder van de patiënt duidelijk kan maken dat de muziek uit kan, et cetera.

5) Het is belangrijk om af te spreken of er alsnog verdoofd kan worden wanneer de muzikale anesthesie niet werkt. De patiënt dient dit uiteraard zelf aan te -kunnen- geven.

literatuur: Neurologische en fysiologische aspecten van muziektherapie. Geschreven door Dr. Henk Smeijsters, uitgave: Melos-Heerlen, 1996.